Media voor Democratie 2026: ‘De toekomst wordt gebouwd, door ons’
Op 5 juni 2026 kwamen zo’n 130 vertegenwoordigers uit de mediasector bijeen tijdens het evenement Media voor Democratie, georganiseerd door Stichting Democratie en Media, met steun van de stichtingen achter de nieuwsmedia Trouw, NRC, NU.nl, RTL Nieuws, Het Parool and de Volkskrant.
Foto’s: Anne van Zantwijk
De deelnemende hoofdredacteuren, bestuursvoorzitters, uitgevers, toezichthouders, topambtenaren, wetenschappers en journalisten doken een dag lang met elkaar in de toekomst van ons medialandschap. Nienke Venema benoemde in haar openingswoord het unicum: er is geen andere plek waar de voltallige Nederlandse mediasector, publiek én privaat, samenkomt.
De conclusie van de dag is helder: laat je niet verleiden door toekomstvoorspellers, maar ook niet verlammen door doemdenkers. Wat telt is het besef dat we in een korte, kneedbare periode leven van grote veranderingen. Wat er op het spel staat: hebben we straks nog een medialandschap dat als zodanig wordt herkend en vertrouwd? ‘De versplintering, die wordt versneld en verdiept door AI, maakt dit alles urgenter,’ aldus Venema.
Een voorspelling is nooit een feit
Na een bijdrage van Romana Vrede over het nostalgische verlangen om terug te keren naar de tijd die je begreep, werd met toekomstscenario’s van Studio Monnik geprobeerd om de deelnemers uit hun comfortzone te halen. Het zorgde voor uiteenlopende discussies. Over welke rol journalistieke media zullen vervullen. Over hoe pluriformiteit te borgen en tegelijkertijd oneigenlijke invloeden op het publieke debat te bestrijden. Over welke waarden mee te nemen naar de toekomst.

‘Een voorspelling is nooit een feit. Het is op z’n best een beredeneerde gok, en als we pech hebben een vermomd machtsspel. We moeten niet bij voorbaat al gehoorzamen.’ Met deze woorden opende Oxford-filosoof Carissa Véliz haar keynote speech, waarna ze werd geïnterviewd door Sophie Derkzen. In haar nieuwste boek Prophecy: Prediction, Power, and the Fight for the Future kijkt Véliz naar de strijd tussen voorspelbaarheid en onzekerheid, en wat het betekent voor onze democratische samenleving als we geloven dat de toekomst al vaststaat. ‘We moeten ons afvragen: wie wint er als deze voorspelling uitkomt? Wie heeft er baat bij?’ En: ‘De toekomst wordt niet voorspeld. De toekomst wordt gebouwd, door ons.’
Tijdens de lunch werden de ervaringen tot dan toe gedeeld en was er gelegenheid tot netwerken. Het onderstreepte wat schrijver en columnist Marian Donner de deelnemers voorhield. Mensen zijn op zoek naar een alternatief voor de schijnwereld waar we zoveel tijd in doorbrengen. ‘Van wie zijn de schermen waarnaar we staren, van wie is onze aandacht? En vooral: hoe krijgen we het allemaal terug?’
Deelsessies en inzichten
’s Middags gingen de deelnemers uiteen in subsessies. Zo kwamen de 23 ondertekenaars van de brandbrief aan informateur Sybrand Buma bij elkaar. Tijdens de vorige editie van Media voor Democratie werden de eerste bouwstenen voor zo’n gezamenlijke brief gelegd. Nu spraken de ondertekenaars met elkaar over de vervolgstappen die zijn gezet en de komende tijd gezet worden.

In de overige deelsessies spraken deelnemers over hoe AI fungeert als onzichtbare nieuwsfilter, hoe de aandachtslogica van platforms onze journalistiek vervormt, over de verwachtingen van een publiek met veranderende behoeftes, en hoe journalistieke organisaties te bouwen die oude structuren loslaten.
Enkele inzichten die boven kwamen:
1. De toekomst is voor wie de relatie met het publiek in handen heeft
‘We hebben ons zand in de ogen laten strooien door techbedrijven,’ aldus een deelnemer. De afgelopen 25 jaar heeft Europa nagelaten om mondiale techreuzen te reguleren. Die bedrijven hebben geleerd dat ze zich nergens wat van aan hoeven te trekken: move fast and break things. Grote taalmodellen pleegden ‘de grootste diefstal van de geschiedenis’ door het hele internet te scrapen. Inmiddels kúnnen we handhaven, maar doen we het niet.
Maar: regulering zonder goede alternatieven is kansloos, volgens de gespreksdeelnemers. En daar ligt de grootste uitdaging. ‘We hebben nog een paar jaar tijd om een goed voorbeeld te bouwen, om dit veld op een goede manier te beïnvloeden. Dan zullen AI Agents en LLMs tussen ons en burgers in zitten.’ Wat we nodig hebben: een AI Agent die de kansen benut voor een nieuwe relatie met het publiek.

2. We moeten AI ‘demystificeren’
Sam Altman of Elon Musk roepen iets wilds over de technologische toekomst, en journalisten drommen samen om hun voorspellingen over te nemen. Op basis van de journalistieke berichtgeving over AI heeft de gemiddelde burger het idee dat het een trein is die niet meer te stoppen valt.
Terwijl: het is geen gegeven. Véliz’ oproep om AI te demystificeren, vindt weerklank bij de deelnemers. We zouden veel kritischer moeten zijn in de berichtgeving, verbeeldingskracht moeten stimuleren, en moeten overbrengen dat de huidige vorm van AI niet het enige model óf het beste model is. Tegelijkertijd moeten we mensen ook niet onderschatten. ‘“AI” is onder jongeren een scheldwoord voor alles wat nep en lelijk is.’
3. De journalist als gids
Zowel journalisten als burgers ervaren het huidige media-aanbod als overweldigend. Als er zo veel informatie is, waar voeg je dan nog iets toe? ‘Het publieke debat is kapot’, poneert een deelnemer. ‘En wij zijn in de marge bezig om het te fixen. We wijzen daarbij naar elkaar, maar de hoofdschuldige aan het defecte publieke debat is big tech.’
Het levert journalistieke media een nieuwe rol op: gids in een steeds complexer wordend informatielandschap. De centrale opgave voor journalisten is daarin: wat maatschappelijk urgent is, begrijpelijk en relevant maken. Geen gemakkelijke taak in een onaflatende stroom van online informatie. Een lichtpunt: mensen willen betalen voor zaken die ze belangrijk vinden.

4. Wie kan zich kwaliteitsjournalistiek nog veroorloven?
Toch zijn er grote zorgen over het ontstaan van een kenniselite. Voor wie is journalistiek er straks nog? Is er een kloof tussen digitaal geletterden – die begrijpen hoe technologie, algoritmes en AI werken, wat de risico’s zijn en wat dat betekent voor wat je voorgeschoteld krijgt – en mensen die daarin minder vaardig zijn? De angst is dat AI door de massa gebruikt wordt als nieuwsbron en kwaliteitsjournalistiek louter nog een optie is voor de mensen die het zich kunnen of willen veroorloven.
5. We moeten het niet meer over ‘vertrouwen’ hebben
‘Vertrouwen’ laat zich op veel manieren interpreteren, wat regelmatig tot spraakverwarring leidt. Als we zeggen dat het publiek geen vertrouwen meer heeft, hebben we het dan over hun vertrouwen in het medialandschap, in individuele journalisten, in een titel, of in democratische instituties als geheel? Misschien moeten we gesprekken over het concept ‘vertrouwen’ afschaffen, oppert een deelnemer. En áls we het er dan toch over hebben, moet we héél duidelijk zijn in wat we er precies mee bedoelen.

6. De aandacht die sociale media wil als verdienmodel is niet dezelfde als die nieuwsmedia willen
Wat is aandacht? Conversie, clicks, of waardevolle aandacht? Het is een vorm van afleiding (‘uren ondergedompeld in het niets’) of zo gegrepen zijn dat je op het puntje van je stoel zit. De soort aandacht die sociale media inzet voor haar verdienmodel, is niet van dezelfde kwaliteit als de aandacht die journalistieke media zoekt. Lastig, want die laatste zijn voor hun bereik vaak afhankelijk van de eerste.
Het is moeilijk te meten waarom iets het goed doet op de platforms. Algoritmes zijn niet transparant, maar shadow banning is problematisch voor journalistieke vrijheid. Nu al censureren (jonge) journalisten zichzelf – een chilling effect – omdat ze anders lager in de rankings van socialemediaplatforms belanden.
Bekijk de aftermovie van Media voor Democratie 2026, gemaakt door Susan Koenen en Nizar El Manouzi: