sluiten

SDM adopteert cel in het Oranjehotel, waar Paroolmedewerkers gevangenzaten in Tweede Wereldoorlog

Op 14 oktober 2025 adopteerde Stichting Democratie en Media symbolisch een cel in het Oranjehotel. De Scheveningse gevangenis dankt die bijnaam aan de Tweede Wereldoorlog, toen verzetsstrijders daar door de Duitsers werden opgesloten. Jos Sinnema dook in de verhalen van twee gevangengenomen medewerkers van het illegale Parool.

Sinnema, historisch onderzoeker en schrijver van Niet buigen, niet bukken, verdiepte zich in de levens van twee Haagse verspreidster van Het Parool: Willemina Schilderink en Marga Wierdels-Monsma. Hij vertelde hun verhaal aan nabestaanden van illegale Paroolmedewerkers op de bijeenkomst die SDM in het Oranjehotel organiseerde ter gelegenheid van de adoptie. Een aangepaste versie van deze toespraak is hieronder te lezen.

Tekst: Jos Sinnema

Dit tegeltje is een afbeelding van de plaquette op de buitenmuur van het Oranjehotel. het kunstwerk is gemaakt door beeldhouwer Albert Termote en werd in 1950 onthuld door koningin Juliana. Wat de plaquette laat zien, is een groep gevangenen; verzetsmensen van verschillende leeftijd, maatschappelijke achtergrond, wereld- en levensbeschouwing en sekse. Ze zijn geketend en houden zich vast aan een Oranjeboom zonder kroon; het onttroonde Koninklijk Huis. De gevangenen staan in een prikkeldraadomheining en om hun benen kronkelen slangen. Die symboliseren de bezetter.

Deze voorstelling wijkt af van veel andere oorlogsmonumenten uit de jaren vijftig. Die monumenten stralen vaak onverzettelijkheid uit. Of heroïek. Deze plaquette doet dat niet. Bij mij roept dit beeld althans een heel ander gevoel op: een gevoel van angst en beklemming.

Ik vermoed dat het vooral oud-gevangenen en hun families zijn geweest bij wie het tegeltje thuis aan de muur heeft gehangen. Misschien geldt dat ook wel voor Marga Wierdels-Monsma en Willemina Schilderink, twee Haagse Paroolverspreidsters. Zeker is dat beide na de oorlog over hun gevangenschap iets hebben verteld en geschreven. Met de documentatie die over hen bewaard is gebleven in onder meer het archief van Stichting 1940-1945 geeft dit een inkijk in hun geestestoestand van destijds. Angst en beklemming zijn sleutelwoorden. Precies het verstikkende gevoel dat de plaquette van Termote oproept. Voor wat betreft hun naoorlogse leven is het sleutelwoord: ontregeling. Blijvende ontregeling. Wat is hun verhaal?

Marga en Willemina werkten allebei als verspreidster voor de Haagse Vrijheidsgroep, die al vroeg in de oorlog begon met het verspreiden van een verzetskrant: het blad Vrijheid, dat vanaf mei 1941 verscheen. De kopij voor Vrijheid werd overgenomen uit Het Parool. Van de laatste editie van Het Parool werd telkens één exemplaar vanuit Amsterdam naar Den Haag gebracht. Daar werd deze in de woning van Wibo Lans – de spil van de Haagse Vrijheidsgroep – overgetypt en gestencild, om onder de naam Vrijheid te worden verspreid. Later werd de krant door een Haagse drukkerij gedrukt.

Willemina werd in 1902 geboren in Doetinchem, in de Achterhoek. Ze was alleenstaand en werkte als particulier verpleegster. Willemina woonde op wisselende adressen. Vaak woonde ze langere tijd bij mensen in huis, om daar iemand te verplegen. Of ze werkte als vakantiezuster in een ziekenhuis. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, werkte ze in de Oranjekliniek in Den Haag, waar ze haar diploma kraamverzorgster haalde.

Willemina Schilderink

In 1941 werkte Willemina als vakantiezuster in het Algemeen Ziekenhuis in Almelo. In die tijd was ze al betrokken bij Vrijheid. Toen haar werk in Almelo ophield, trok ze in bij Wibo Lans en zijn gezin, in de Irisstraat in Den Haag. Vanaf dat moment werkte ze niet of nauwelijks meer als verpleegster: het verzetswerk slokte al haar tijd op. Dat werk begon telkens direct nadat de drukker weer een nieuwe editie kranten in de Irisstraat had afgeleverd. ‘Van Lans uit werd gedistribueerd’, aldus Willemina, ‘waar wij altijd enige dagen druk mee waren. Vele bezorgden wij aan huis, andere gingen per post en sommige werden gehaald. Prinsen in Almelo kreeg altijd 100 exemplaren van me en ook stuurde ik er verscheidene naar Doetinchem.’

Het ligt voor de hand dat Willemina de lezerskring in Doetinchem zelf met betrouwbare adressen uitbreidde en het is niet ondenkbaar dat zij ervoor zorgde dat Vrijheid de sprong naar Doetinchem kon maken en ook daar een lezerskring kreeg. Willemina kwam immers uit Doetinchem en had er veel contacten. Naar heel Gelderland gingen volgens haar telkens 100 kranten.

Voor Vrijheid ging Willemina ook als koerierster op pad. ‘Was er eens iets heel bijzonders, geheime documenten, boodschappen die dringend waren en te gevaarlijk waren per post, dan ging ik altijd op reis naar Twente en ook dikwijls naar Gelderland om ze door te geven, en zamelde dan meteen meer geld in voor de onkosten van de krant.’

Was ze onderweg in Twente, dan vond ze onderdak bij Prinsen in Almelo. ‘In Twente was een grote verzetsorganisatie. […] Zij brachten veel onderduikers onder, waarvan ik verscheidene af en toe sprak en waarvoor ik berichten kon overbrengen aan hun familie. Veel Engelsche piloten en Nederlanders voor wie de grond hier te warm was werden door hen weggeholpen.’

Net als Willemina was ook Marga Wierdels-Monsma betrokken bij de verspreiding van Vrijheid. Marga, geboren in 1892, was weduwe en had geen kinderen. Sinds de scheiding van haar veertien jaar jongere zus Hilde huurden zij samen een woning in de Spreeuwenlaan hier in Den Haag. Marga rolde in het verzetswerk via Wibo Lans, met wie zij al jarenlang bevriend was.

Marga Wierdels-Monsma (© Fred Monsma)

Willemina was bij haar broer Eduard in Doetinchem toen daar op 29 januari 1942 werd aangebeld. Voor de deur stonden twee Haagse rechercheurs en ze kwamen voor haar. Eerder die dag waren ze in Den Haag al naar haar op zoek geweest. Willemina, na de oorlog: ‘Mijn broer hield de rechercheurs beneden aan de praat, terwijl ik me boven zogenaamd verkleedde en een koffertje inpakte. In werkelijkheid heb ik de kachel opgestookt en alles verbrand wat ik aan gevaarlijke dingen bezat, daar ik niet wilde, dat mijn broer bij een eventuele huiszoeking gevaar zou lopen. Ik wist toen nog niet dat hij zelf in het verzetswerk zat en in het bezit was van wapens enz.’

De rechercheurs brachten haar nog diezelfde dag naar een politiebureau in Den Haag, waar ze kort werd verhoord. Twee dagen later werd ze overgebracht naar het Oranjehotel. Willemina: ‘Toen ik daar 6 februari verhoord werd, wisten ze alles. Ze wisten precies te vertellen, dat ik 7 december in Hengelo was geweest en ook, wie er nog meer bij waren. Dat is verschrikkelijk als je merkt, dat ze alles weten. Je denkt: wie zitten er gevangen en wie heeft dit allemaal verteld? Dat weet ik eigenlijk nog steeds niet.’

Door de Vrijheidsgroep ging een golf van arrestaties. Die golf begon nadat arrestaties in de Haagse OD-verzetsgroep naar de Vrijheidsgroep waren overgeslagen. De fanatieke Nederlandse rechercheurs Leo Poos en Maarten Slagter, die in dienst waren van de Sicherheitspolizei, zetten alles in het werk om ook de Vrijheidsgroep op te rollen.

Bij haar arrestatie had Willemina naar eigen zeggen Eduard een boodschap kunnen toestoppen. ‘Ik had mijn broer nog twee adressen op kunnen geven, die hij direct na mijn vertrek moest waarschuwen. Dit waren de heer Lans in Den Haag en de heer Prinsen in Almelo.’ Dat Willemina in Den Haag opbiechtte dat zij de kranten voor verspreiding van Wibo Lans kreeg, leidde desondanks tot meer arrestaties. Wibo werd op 2 februari 1942 gearresteerd. Toen de arrestatiegolf uitdoofde, zaten dertien leden van de Vrijheidsgroep achter de tralies.

Onder de dertien arrestanten was ook Marga. Net als Willemina, Wibo en de anderen werd ook zij naar het Oranjehotel overgebracht. Marga werd bevangen door een verstikkende angst. ‘Ik ben geen held’, schreef ze daar later over, ‘en zeer gevoelig voor lichamelijke pijn.’ Ze was doodsbang dat ze namen van Paroolmedewerkers of lezers zou noemen. ‘Wanneer men bij verhoren schreeuwde en dreigde, simuleerde ik flauwtes. Dit viel mij des te gemakkelijker daar ik een hartkwaal heb en het hele verblijf op Scheveningen stelselmatig vastte. Een half sneetje brood per dag; mijn celgenoten wisten wel raad met mijn portie. Op het laatst waren de flauwtes echt.’

Marga werd uit de Scheveningse gevangenis ontslagen nadat de Duitse gevangenisarts haar geen week meer te leven gaf. Hij verklaarde haar Haft- und Lagerunfähig (ongeschikt voor detentie). ‘Zo ben ik er doorgerold zonder iemand in moeilijkheden te brengen. Maar ik ben er zeker van dat ik niet zou hebben kunnen zwijgen bij mishandeling.’

Willemina werd na haar eerste verhoor in het Oranjehotel nog één keer uit de cel gehaald om aan de tand te worden gevoeld. Daarna bleef het maandenlang stil. Tot zij op 19 december – bijna elf maanden na haar arrestatie – uit haar cel werd gehaald om zonder enige vorm van proces naar Duitsland te worden gebracht. Diezelfde dag hoorden zeventien Paroolmedewerkers voor het Kriegsgericht in Utrecht het doodvonnis tegen hen uitspreken. De vier Duitse advocaten hadden de dossiers van hun cliënten niet mogen inzien en elke verdachte maar vijf minuten mogen spreken. Wie van de verdachten geen Duits sprak, kon met zijn advocaat sowieso geen zinnig gesprek voeren. Onder de terdoodveroordeelden waren Wibo Lans, evenals Herman Meinardi en Frans Robbe en vier anderen van de Haagse Vrijheidsgroep.

Bij haar vertrek uit het Oranjehotel kreeg Willemina niet te horen waar de reis naartoe zou gaan. Ze vertrok met vijf andere vrouwen en de reis, die langs meerdere Huizen van Bewaring voerde, zou tweeënhalve week duren. ‘Kerstmis en Oud en Nieuw “vierden” we in Kleef’, schreef ze hier na de oorlog over. ‘Na een weekend in Düsseldorf en een nacht in Hannover en Berlijn kwamen we op 6 januari 1943 in Ravenbrück aan. De reis werd van Kleef tot Berlijn gemaakt in speciaal daarvoor ingerichte wagons, die voor dit doel in kleine celletjes waren verdeeld. Reed de trein eenmaal, dan werden meestal de celletjes opengemaakt en kregen we warme koffie of water te drinken. Voor het eerst zagen we toen de zebra gevangenenkleding, nog niet wetende dat we zelf ook zo keurig uitgedost zouden worden.’

In concentratiekamp Ravensbrück was het volgens Willemina aanvankelijk ‘redelijk’. Maar in de loop van 1944 raakte het kamp overvol en verslechterden de omstandigheden dramatisch. Alleen al tussen juni en december 1944 werden er 52.000 nieuwe gevangenen ingeschreven. ‘Op het eind sliepen wij met twintig vrouwen in vier kribben’, schreef Willemina. In een enorme tent die de SS in het kamp had laten opzetten, kwijnden meer dan 4000 vrouwen onder de meest erbarmelijke omstandigheden weg. De hygiënische omstandigheden waren catastrofaal, de rantsoenen werden steeds verder teruggeschroefd en meer en meer vrouwen toonden tekenen van ernstige ondervoeding. ‘Menstruatie had bijna niemand’, aldus Willemina na de oorlog. ‘Er waren mensen, die geregeld pakketten van thuis ontvingen en zo margarine, roggebrood enz. kregen. Deze vrouwen kregen dan weer de menstruatie terug, want de bijvoeding was zeer belangrijk.’ Voor de vrouwen in Ravensbrück kreeg de dood een vertrouwd gezicht.

Met het oog op een ontruiming van het kamp begon de SS begin 1945 in de ziekenbarakken met selecties. Ernstig zieke en verzwakte gevangenen die niet op mars zouden kunnen gaan, werden weggevoerd om te worden vermoord. Aanvankelijk werden zij doodgeschoten bij het crematorium, dat net buiten het kamp lag. In januari 1945 werd hier een gaskamer in gebruik genomen. Eerst vonden de selecties alleen plaats in de ziekenbarakken, later gebeurde dat in alle barakken in het vrouwenkamp. Ook Willemina werd voor vergassing geselecteerd, verklaarde zij na de oorlog. Dat het zo ver niet kwam, was louter omdat de vergassingen eind maart 1945 om onbekende redenen werden gestaakt. In het kamp ging het gerucht dat de gaskamer kapot was. ‘Op dat moment had ik het gevoel, dat de blijdschap van mij uitstraalde. Ik was tot leven teruggekeerd, dat mij een onverwachte toegift in de schoot had geworpen. Ik had afgerekend met het leven, ik had in stilte afscheid genomen van deze wereld, maar toch ben ik teruggekomen.’

Willemina kon Ravenbrück in april 1945 verlaten dankzij een reddingsactie van graaf Folke Bernadotte, vicepresident van het Zweedse Rode Kruis. Na onderhandelingen met de SS-leider Heinrich Himmler kreeg hij toestemming voor zijn ‘witte bussenplan’. Enkele grote konvooien witte bussen brachten zo’n 7500 vrouwen uit Ravensbrück naar de vrijheid. Via Noord-Duitsland dwars door de frontlinie naar het bevrijde Denemarken en het neutrale Zweden. Onder hen 249 Nederlandse vrouwen. Nadat zij in Zweden waren aangesterkt, keerden zij in juli 1945 terug naar huis.


Witte bussen

En daar stond Willemina dan. Weer terug in Nederland. Na ruim drie jaar gevangenschap weer in de ‘normale wereld’. Hoe pikte zij de draad van haar bestaan weer op? Ze moest weer aan het werk, dat stond vast. Weer aan de slag als particulier verpleegster, om brood op de plank te krijgen en een eigen dak boven haar hoofd.

Het zal u misschien niet verbazen dat haar dit zwaar viel. Hoe kun je voor anderen zorgen als je zelf nog maar nauwelijks fysiek op krachten bent gekomen en aan verwerking toegekomen bent? In 1949 schreef haar arts-psycholoog aan Stichting 1940-1945: ‘Zij heeft wel getracht telkens opnieuw werk aan te pakken, maar de gevolgen van het psychisch trauma absorberen teveel van haar energie, zodat zij de moeilijkheden van het leven en van het beroep niet meer in voldoende mate kan dragen.’

Willemina had last van onverklaarbare rugpijn, chronische vermoeidheid en voortdurende huilbuien. In plaats van weer grip op haar bestaan en plezier in het leven te krijgen, kwam ze in een neerwaartse spiraal terecht. Haar werk als verpleegster moest ze inruilen voor lichter werk. ‘Zij prutst nu nog wel een beetje in massage en pedicure’, merkte haar arts-psycholoog hierover op, ‘maar zij kan ook dat werk niet naar behoren verrichten. Voor behandeling van patiënten is zo iemand ook ongeschikt.’

In januari 1950 kon ze per direct worden opgenomen in Prins Hendriksoord, een herstellingsoord voor ‘geestelijk rustbehoevenden’ in Lage Vuursche. ‘U weet niet wat het zeggen wil voor mij, de gedachte te hebben dat ik binnenkort mag rusten, alleen maar rusten’, reageerde ze. Maar hoe moest het met haar klanten? ‘Ik kan […] niet zo plotseling mijn patiënten in de steek laten en het risico lopen na mijn terugkomst helemaal geen verdienste meer te hebben.’


Prins Hendriksoord

Een maand later ging ze alsnog, nadat ze al haar patiënten nog één keer had bezocht en afspraken met hen had kunnen maken. ‘Wat snakte ik vooral de laatste paar weken naar deze dag’, schreef ze kort na aankomst in Prins Hendriksoord. ‘Had het ook zonder dit vooruitzicht niet meer volgehouden.’ Het liefst wilde ze nu ook zo gauw mogelijk onder doktersbehandeling komen, ‘om goed opgekalefaterd te worden […] zodat ik daarna weer voor 100 procent aan het werk kan.’

Haar opname bracht haar niet wat ze zo vurig hoopte. ‘Zuster Schilderink heeft niet veel belangstelling voor het leven’, constateerde een rapporteur van Stichting 1940-1945 tweeëneenhalve maand na haar opname. ‘Ze vraagt zich af, of het niet beter was [geweest], als ze niet meer uit ’t kamp was teruggekomen. Ze voelt zich steeds moe en ligt het liefst in bed.’

Voor de leiding van het rustoord werd ze een steeds moeilijkere patiënt. ‘Ze voelt zich altijd tekort gedaan en ondervindt niet genoeg verzorging en liefde’, heette het toen ze vijf maanden in Prins Hendriksoord was. Net als de leiding kreeg een rapporteur van Stichting 1940-1945 de indruk ‘dat zij zich in haar ziek-zijn koestert en er zich niet overheen zet’.

Gelukkig voor Willemina was haar arts-psycholoog al eerder tot een ander inzicht gekomen. Bij Willemina’s onverklaarbare lichamelijke klachten zou je aan aggravatie kunnen gaan denken, schreef hij aan Stichting 1940-1945: overdrijving om eigen voordeel te behalen. Maar bij herhaald onderzoek was hij tot de conclusie gekomen dat haar klachten voortkwamen uit psychisch trauma, opgelopen in gevangenschap. Hij ondersteunde daarom haar aanvraag voor buitengewoon pensioen. Hij achtte haar ongeschikt voor werk en adviseerde haar 100 procent invalide te verklaren, omdat ‘het tobben anders [zou] blijven voortduren’.

Stichting 1940-1945 nam het advies over, waarna de Pensioen- en Uitkeringsraad Willemina het buitengewoon pensioen toekende. Ze zou dit pensioen houden tot ze in 1982 op 79-jarige leeftijd overleed.

Ook bij Marga trok haar gevangenschap een wissel op haar verdere leven. De hartklachten waar zij al voor haar arrestatie last van had, verergerden zich. Omdat ze als ernstig hartpatiënt absoluut geen trappen mocht lopen, moest ze verhuizen. Net als Willemina werd ook Marga 100 procent invalide verklaard. Ze kreeg buitengewoon pensioen toegekend omdat de verergering van hartklachten een gevolg waren van de spanningen in gevangenschap. Dat ze afhankelijk was geworden van de zorg van haar veertien jaar jongere zus Hilde, viel haar zwaar. Vooral ‘omdat zij na […] de oorlog andere wegen had kunnen inslaan in plaats van zich met de zorg over mij te belasten’, schreef Marga tien jaar na de oorlog. ‘Na de vrede was zij een jonge vrouw […] Zij kon een alleszins bevredigende werkkring hebben. Nu is het te laat daarvoor.’

Desondanks lukte het Marga en Hilde om samen een nieuwe invulling aan hun leven te geven, die hun ook allebei plezier en voldoening moet hebben gegeven. Samen vormden ze een schrijversduo. Onder het pseudoniem Martin Mons brachten ze maar liefst 32 detectives uit. Hilde bedacht het grootste deel van het plot, Marga deed het meeste van het schrijfwerk. Hun laatste detective verscheen in 1964, het jaar waarin zij nog geen maand na elkaar allebei overleden, 71 en 58 jaar.

Met de adoptie van de cel in het Oranjehotel brengt Stichting Democratie en Media de verhalen van Paroolmedewerkers die er gevangen hebben gezeten opnieuw voor het voetlicht. Willemina en Marga behoren tot de circa 2500 vrouwen die hier tijdens de bezetting gevangen hebben gezeten. Op een totaal van ruim 25.000 gevangenen. Over de vrouwen is veel minder bekend dan over hun mannelijke medegevangenen. Heel lang is er voor hun verhalen relatief weinig aandacht geweest.

delen: