Strategie ’26-’30: een nieuwe koers
Er zijn periodes waarin de contouren van het bekende langzaam vervagen, zonder dat het nieuwe al zichtbaar is. Historici hebben daar een woord voor: interregnum. Een tussentijd. We leven er middenin.
Het zijn jaren waarin oude zekerheden hun vanzelfsprekendheid verliezen. De instituties die decennialang houvast boden, van parlementen tot kranten, van publieke omroepen tot rechtbanken, staan onder druk. Niet omdat ze niet meer functioneren, maar omdat de wereld waarin ze functioneren fundamenteel is veranderd. Omdat we als samenleving nog zoeken naar de taal, de structuren en de verbeelding om daarmee om te gaan.
Het onzichtbare verlies
De digitale transformatie wordt vaak besproken in termen van vooruitgang: sneller, slimmer, meer bereik. En terecht, de voordelen zijn reëel. Maar zoals we pas tientallen jaren na de Industriële Revolutie de bijwerkingen herkenden – zoals kinderarbeid, milieuschade, stedelijke armoede – zo beginnen we nu pas langzaam de onvoorziene prijs van digitalisering te zien.
Het internet verandert alles wat het aanraakt. Het verandert hoe we communiceren of informatie delen, hoe we verbinden, vertrouwen opbouwen, besluiten nemen. Het heeft onze publieke ruimte hervormd tot een arena van aandacht, gestuurd door algoritmes die niet zijn ontworpen om te informeren, maar om vast te houden. Wat prikkelt, wint het van wat klopt.
De gevolgen zijn sluipend maar ingrijpend. Gemeenschapszin erodeert. Het vertrouwen in gedeelde feiten neemt af. De grenzen tussen journalistiek en entertainment, tussen feit en fictie, tussen nieuws en mening vervagen systematisch. Nu generatieve AI zijn intrede doet, wordt iedere burger potentieel een publiek van één: opgesloten in een werkelijkheid die op maat is gesneden, maar door niemand is gecontroleerd.
De levensader onder druk
Media zijn de levensader van een democratie. Betrouwbare journalistiek bevraagt machthebbers, maakt maatschappelijke kwesties zichtbaar en stelt burgers in staat zich te informeren en met elkaar van gedachten te wisselen. Zonder die functie is er geen democratische meningsvorming mogelijk.
Nederland beschikt nog over een sterk en divers medialandschap. Het grootste deel van de Nederlanders raadpleegt volgens het Nationaal Kiezersonderzoek maandelijks vier verschillende online nieuwsbronnen. Dat is niet vanzelfsprekend, en het vraagt onderhoud.
Want de druk neemt toe. Meer dan tachtig procent van de digitale advertentie-uitgaven in Nederland gaat naar een handvol internationale techbedrijven: Alphabet, Meta, TikTok. Die bedrijven nemen geen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun informatie, en laten zich nauwelijks aanspreken op de effecten van hun gedrag. En dat terwijl ze een steeds groter deel uitmaken van de informatievoorziening van Nederlandse burgers.
Nationale mediabedrijven opereren daarmee in een speelveld dat structureel tegen hen werkt: ze zijn afhankelijk van platforms voor zichtbaarheid, maar verliezen hun inkomsten aan diezelfde platforms. Of dat betekent dat de vorm van het traditionele mediabedrijf binnen een aantal jaar volledig verdwijnt valt te bezien. Maar het is helder welke kant het opgaat.
De vraag die zich opdringt, is fundamenteler dan een bedrijfseconomische. Het gaat niet alleen om het overleven van mediabedrijven, het gaat ook om de vraag welke digitale infrastructuur uiteindelijk onze publieke sfeer bepaalt: algoritmes van techreuzen waar niemand zeggenschap over heeft, of een medialandschap dat is gestoeld op democratische waarden.
Meer dan journalistiek
In het gesprek over de rol van de media binnen de democratie valt de nadruk vaak op journalistiek. Begrijpelijk, want journalistiek is de meest zichtbare schakel. Maar media-voor-democratie is een breder begrip. Documentaires, podcasts, culturele media, literaire tijdschriften, lokale omroepen: ze maken maatschappelijke thema’s op uiteenlopende manieren zichtbaar en bespreekbaar. Ze sluiten aan bij de leefwereld van een breed publiek en dragen bij aan een geïnformeerde samenleving.
Juist daarom is ook de toenemende druk op de Nederlandse Publieke Omroep zo zorgelijk. Bezuinigingsplannen en interne belangenstrijd maken haar kwetsbaar. Ze belemmeren de ruimte voor visie, innovatie en experiment; precies de kwaliteiten die nodig zijn om relevantie en publiek vertrouwen te behouden.
Tegelijkertijd moet de gehele sector zichzelf de lastige vragen stellen. Hoe onderscheidt journalistiek zich nog van andere vormen van content, nu informatie overal beschikbaar is? Wat is haar specifieke meerwaarde? Hoe blijft ze relevant, betrouwbaar en zichtbaar voor een breed publiek? De tijd dat gold ‘het staat in de krant, dus het is waar’ ligt ver achter ons.
De democratie als onaf project
De tussentijd beperkt zich niet tot het medialandschap. Ook de liberale democratie, die sinds de Tweede Wereldoorlog het ideologische fundament van het Westen is, verliest aan overtuigingskracht.
Niet omdat haar principes niet meer deugen. Menselijke waardigheid, universele rechten, individuele ontplooiing, democratische besluitvorming: het zijn waarden die het beschermen waard zijn. Maar de democratie worstelt met interne tegenstrijdigheden en kwetsbaarheden. Ze is op de proef gesteld door financiële crises, de klimaatcrisis, de pandemie en verschuivende geopolitieke verhoudingen. En ze stuurt steeds vaker verdedigers het veld in die vooral de status quo willen bewaken, in plaats van een toekomst te schetsen die inspireert.
Dat is een probleem: kwaadwillende, ondemocratische partijen begrijpen de nieuwe mediarealiteit beter dan veel democraten. Ze weten hoe de aandachtseconomie werkt, en zetten (mis-)informatie strategisch in om verwarring te zaaien, te verdelen, vertrouwen te ondermijnen. Het antwoord van democratische leiders hierop is vaak behoudend en technocratisch, een boodschap die burgers nauwelijks weet te raken.
Het reële gevaar is dat het democratisch project verschrompelt tot een verdedigingslinie, terwijl autocratische leiders de verbeelding monopoliseren. Dat gevaar hoeft geen werkelijkheid te worden, maar dan is wel een andere benadering nodig. Niet verdedigen wat was, maar formuleren wat kan zijn. Democratische vernieuwing als actief project, niet als nostalgisch verlangen.
Hoe krijgen burgers weer vertrouwen in een vrije, democratische toekomst? Hoe dragen we democratische waarden uit op een manier die past bij een digitale tijd? Hoe krijgen burgers meer invloed op het democratische proces? Dat zijn de vragen die nu beantwoord moeten worden. Want de burger zal onze democratie moeten willen opeisen, hij is niet alleen van bestuurders en politici.
De vraag wie dit oppakt
Er zijn meer partijen die zich met deze vraagstukken bezighouden. Wetenschappers en publicisten, activisten, beroepsorganisaties en toezichthouders, denktanks en ministeries – ieder vanuit eigen expertise en eigen belang.
De vraag is dus niet of iemand dit oppakt. De vraag is wie deze partijen samenbrengt – op een onafhankelijke manier, zonder eigenbelang, zonder aandeelhouders, met genoeg slagkracht om ook te blijven staan waar anderen moeten buigen.
Stichting Democratie en Media is in een unieke positie om die rol te vervullen, als actieve kracht midden in het speelveld. Geworteld in de geschiedenis van de illegale verzetskrant Het Parool en uitgerust met de onafhankelijkheid en financiële middelen die een grote daadkracht mogelijk maken. Met een breed netwerk in media, journalistiek, overheid en kennisinstituten.
Van fonds naar aanjager
Dat is geen vanzelfsprekende positie. Het is een keuze, en een die een ontwikkeling markeert. SDM maakt sinds haar oprichting in 1944 een transitie door: van media-eigenaar zonder winstoogmerk, via aandeelhouder en subsidiefonds, naar een organisatie die steeds actiever initieert, agendeert en faciliteert.
De komende jaren zet SDM de volgende stap in die ontwikkeling. Niet langer primair een fonds dat initiatieven van anderen financieel versterkt — hoewel dat waar nodig blijft gebeuren — maar een gezaghebbende organisatie met een duidelijke inhoudelijke focus op het samenspel van media en democratie. Een organisatie die het gezamenlijke denken over de democratie van morgen en overmorgen stimuleert. Die denkruimte creëert en gesprekken voedt met relevante, vernieuwende inzichten.
Concreet richt SDM zich daarbij op drie niveaus. Ten eerste: De spelregels voor een solide infrastructuur voor media, beleidstechnisch, juridisch en technologisch moeten kloppen met de huidige, digitale realiteit. Ten tweede: een zelfbewuste en weerbare mediasector die in staat is zichzelf opnieuw uit te vinden. Het gaat niet alleen om bescherming, maar ook om transformatie. Ten derde: stimulerende en vernieuwende inhoud die het publieke denken voedt over de toekomst van de liberale democratie.
Activiteiten
Die ambitie vertaalt zich in vier kernactiviteiten. Ten eerste: beschermen. Onze onafhankelijke en pluriforme media zijn een groot goed. Net als onze democratie en rechtsstaat. Maar het is geen gegeven dat ze dat ook blijven. We bewaken een pluriform medialandschap dat in dienst is van de democratische rechtsstaat. Wij beschermen journalistieke onafhankelijkheid tegen commerciële en politieke invloeden. We komen in actie tegen totalitaire tendensen die de democratie ondermijnen. In welke vorm dan ook.
Ten tweede: onderzoeken. In ons onderzoek richten we ons op de goed geïnformeerde burger, als voorwaarde voor een sterke democratie. We geven opdracht tot onafhankelijk onderzoek over de relatie tussen media en democratie. Wij zijn een plek waar kennis over media en democratie samenkomt. Beleid en debatten worden zo gevoed met nieuwe inzichten op basis van feiten.
Ten derde: vernieuwen. De huidige technologische tijd stelt niet alleen media voor nieuwe vragen, maar ook de democratische rechtsstaat zelf. Hoe verhouden we ons tot AI, sociale media en de macht van grote techbedrijven? Wij nemen daarin positie in – als gesprekspartner, als stem, als aanjager van vernieuwing. Niet alleen in de manier waarop media werken, maar ook in de manier waarop democratie werkt. We stimuleren het denken over de democratie van morgen en overmorgen.
En ten vierde: samenbrengen. Voor sterke media en een stabiele democratie hebben we elkaar nodig. Wij organiseren bijeenkomsten, zetten programma’s op en brengen netwerken bij elkaar. Zo faciliteert we als onafhankelijke speler noodzakelijke gesprekken en ontmoetingen, en zetten we mensen aan het denken en in beweging.
Beschermen alleen is niet genoeg meer
De tussentijd is ongemakkelijk. Ze dwingt tot keuzes die niet meer kunnen wachten, terwijl de uitkomsten ongewis zijn. Maar overgangsperiodes zijn ook momenten van radicale vernieuwing. In tijden van onzekerheid ontvouwt zich de unieke kans om onze denkkaders te heroverwegen en opnieuw vorm te geven.
SDM kiest ervoor die kans te grijpen. Niet uit alarmisme, maar vanuit de overtuiging dat democratie en vrije media actief beschermd moeten worden. En vanuit het besef dat beschermen alleen niet genoeg is. Er moet ook gebouwd worden: aan nieuwe antwoorden, nieuwe verbindingen, nieuwe vormen van publiek gesprek.
Zo kunnen Nederlanders hun democratisch burgerschap uitoefenen op basis van gedeelde feiten en een publiek debat dat hen werkelijk dient. Dat is waar we naartoe werken met iedereen die dat belang deelt.
Omdat een democratische rechtsstaat en vrije media nooit vanzelfsprekend zijn.