sluiten

Reflectiebijeenkomsten journalistiek: ‘Hoeveel van het eerstelijns nieuws is in onze flooded zone écht waardevol?’

We staan voor de deur van een nieuw informatietijdperk. Wat dat voor journalistieke media betekent is nog gissen. Over dit thema organiseerde SDM dit jaar drie reflectiebijeenkomsten met journalisten. 

‘We zijn de weg kwijt. Wat dat betreft is de vergrijzing goed nieuws: de kranten winnen wat tijd om na te denken over de nieuwe generaties.’

‘Zijn mensen onder de 35 daadwerkelijk minder geïnformeerd?’

‘De lezer bepaalt nu de legitimiteit, niet het medium.’

 ‘Waarheid is ‘zou kunnen’ geworden.’

Het zijn uitspraken die nog dagenlang nagalmden in onze hoofden. Ze kwamen voorbij tijdens de drie journalistieke reflectiesessies die Stichting Democratie en Media organiseerde. Bij deze ontmoetingen gingen journalisten en journalistieke professionals in vertrouwelijke sfeer met elkaar in gesprek, met als doel het uitwisselen van ideeën en gedachtevorming. Deze zomer rondden we de serie af.

In totaal kwamen zo’n dertig deelnemers (steeds in wisselende samenstelling) drie keer bij elkaar. Het betrof techredacteuren, een TikTok-verslaggever, freelance onderzoeksjournalisten en hoofdredacteuren van 12 verschillende media. Deelnemers hadden vanuit hun titel (onder meer NRC, Zembla, EW, Trouw, RTL Nieuws en Al Jazeera) of vakgebied (journalism studies, kunstmatige intelligentie) andere benaderingen voor dezelfde uitdagingen. Sommigen van hen kwamen vaker terug om te verdiepen, anderen verrijkten eenmalig een bijeenkomst met hun frisse blik.


Foto’s: Anne van Zantwijk

Waarom reflectiesessies?

‘Hoe uniek,’ zei een deelnemer na afloop van een reflectiebijeenkomst, ‘om met zo’n groep uit verschillende redacties te kunnen sparren over je dilemma’s. Ik heb hier altijd zo’n behoefte aan, maar in je dagelijkse werk moet je vooral besluiten nemen.’ Deze vaak gehoorde ervaring was de reden om een aantal jaar geleden te beginnen met reflectiebijeenkomsten, in samenwerking met Van de Bunt Adviseurs.

SDM gelooft in de waarde van stilstaan, ideeënuitwisseling en gedachtevorming, en gelooft dat dit het medialandschap sterker en toekomstbestendiger kan maken. Als onafhankelijke partij brengt het journalisten uit verschillende hoeken samen en faciliteert het ruimte voor reflectie.

Acht inzichten

In de reeks van dit jaar lag de focus op de (nieuwe) rol van de journalistiek binnen een het informatie-ecosysteem. We ‘consumeren’ nieuws anders, construeren de waarheid anders en discussiëren er anders over. Hoe moeten journalisten zich hiertoe verhouden? Uit deze drie reflectiebijeenkomsten destilleren wij acht inzichten.

1. ‘We moeten double downen op feitelijkheid’
Lange tijd vervulde journalistiek de rol van gatekeeper: media bepaalden welke informatie het publiek te zien kreeg. In het digitale tijdperk verschoof die rol naar gatewatcher: een gids in de overvloed aan nieuws. Inmiddels lijkt er helemaal geen ‘gate’ meer te zijn. Het medialandschap is meer een uitgestrekt festivalterrein zonder hekken à la Woodstock waar iedereen vrij rondloopt en zelf kiest welke podia ze willen bezoeken, en waar grote techbedrijven de hoofdsponsor zijn en de main stage programmeren.

Hoe blijf je als journalistiek medium relevant op zo’n onoverzichtelijk terrein? Hoe zorg je ervoor dat je wordt opgemerkt in de chaos van prikkels en podia? Waar ligt nog het onderscheidend vermogen van journalistiek? We hebben lang gedacht dat we moeten concurreren met Netflix, zegt een deelnemer, door het enorme bereik en relevantie van dat platform. Maar onze daadwerkelijke concurrenten zijn de chatbots die voor feitelijk doorgaan. We concurreren namelijk op waarheidsvinding. En daarom moeten we ‘double downen op feitelijkheid’.

2. Wat is journalistiek nog (1) – een instituut met gezag?
Het gezag van journalistiek is tanende, en zal verder afbrokkelen, voorspellen de deelnemers, mede door technologische ontwikkelingen, maar ook een beetje door onszelf. Wat journalisten belangrijk vinden, is niet altijd wat voor het publiek waardevolle informatie is. “Waarom schrijven jullie nooit over..?” vragen mensen die zich niet herkennen in de berichtgeving van een krant. Journalisten hebben de neiging om ‘erin en eruit’ te gaan, een extractive werkwijze waarbij even wat quotejes worden gehaald. Wat heeft een school, moskee of buurthuis hieraan, what’s in it for them? Zijn er nieuwe werkwijzen nodig om gezag en relevantie te behouden?

“Waarom schrijven jullie alleen over ons als er iets ergs gebeurt, en nooit over ons dagelijkse leven?” kreeg een hoofdredacteur voorgeschoteld. ‘Vroeger was het juist goed als het nieuws niet over jou ging,’ merkt een deelnemer in reactie op. Want nieuws betekende al te vaak slecht nieuws, ‘dat wat afwijkt’. Maar in de flooded zone is die positie onhoudbaar, en geeft het nieuws een vertekend beeld van de werkelijkheid. Het roept vragen op: hoe bepaal je wat nieuws is? En wie ben jij om dat te bepalen?

Toch heeft journalistiek nog steeds gezag, stelde een deelnemer: ‘Je kunt niet géén nieuws volgen.’ Veel mensen hebben geen abonnement op een krant, maar zijn wel degelijk maatschappelijk betrokken. Iedereen wil kunnen meepraten bij het koffiezetapparaat. Gezag lijkt zich vaker te concentreren rond individuen; denk aan rechtbankverslaggevers als Saskia Belleman. Is een journalistiek medium nog een gezaghebbend instituut, of eerder een platform voor gezaghebbende journalisten en persoonlijkheden?


Foto’s: Anne van Zantwijk

3. Wat is journalistiek nog (2) – een dienst en een huisvriend?
Is een influencer die wederhoor pleegt een journalist? Hoe zit het met de ‘mediamaker’ die werkt bij een journalistiek bedrijf? En kan een rooster van televisie-uitzendingen, een rapnummer over een maatschappelijk thema of een artikel over hoe naaktslakken uit je tuin te verwijderen ook ‘journalistieke content’ bevatten?

Servicejournalistiek is een manier geworden om de band met het publiek te versterken, en de rol van ‘huisvriend’ te bestendigen, maar krijgt op redacties ook met weerstand te maken – “moet ik echt een artikel schrijven over slakkenbestrijding?” Mediabedrijven moeten financieel overeind blijven, maar het is de vraag of er gezag mee teruggewonnen wordt. Tegelijkertijd, merkt een deelnemer op, zijn de NOS-website, het achtuurjournaal en Rob Trip bij uitstek huisvrienden, net als de columnisten bij kranten: mensen die je vertrouwt, onderdeel van je dagelijkse leven zijn, die je om allerhande zaken om advies kunt vragen, maar die je ook een spiegel voorhouden, en soms wijzen op de andere kant van een verhaal.

4. Niet de goede antwoorden, maar de goede vragen doen ertoe
‘We gaan nu uitleggen hoe het zit’, is de standaardmodus van veel journalisten. Journalisten zijn altijd bezig met het goede antwoord krijgen, terwijl het gaat om de vraag, volgens een deelnemer. Zo wordt er regelmatig aan politici gevraagd: “Hoe was het overleg? Het duurde wel lang hè” in plaats van “Wat hebben jullie besproken?” Programma’s moeten het lef hebben om geen politicus in beeld te hebben bij hun item, als deze toch niets wezenlijks toevoegt aan de inhoud. Want wat brengt zo’n kluwen politici en journalisten over aan een kijker? ‘Het lijkt een 1-2’tje. Als je hard werkt aan goede vragen, dan wil iemand wel praten. En als iemand niet wil praten, dan laat je dát zien.’

Foto’s: Anne van Zantwijk

5. Media worden met juridische dreiging uit elkaar gespeeld
Het journalistieke werkveld is grimmiger geworden. SLAPPs (strategische rechtszaken om publicaties te dwarsbomen en kritische stemmen de mond te snoeren) nemen toe, een trend die is komen overwaaien uit de Verenigde Staten. Vooral vermogende bedrijven en individuen, gewapend met dure advocaten en pr-adviseurs, zetten deze tactiek in om hun onwelgevallige journalistiek monddood te maken.

De gevolgen zijn vaak niet juridisch, maar praktisch verlammend. Zelfs als een rechtszaak wordt gewonnen, kost het mediaorganisaties tonnen en vreet het energie – energie die niet naar journalistiek kan gaan. Freelancers worden er financieel en mentaal door uitgeput.

Een nieuwe trend is dat media die een bericht van een ander overnemen óók juridisch benaderd worden. Voor kleine nieuwswebsites is zelfs een sommatie (soms automatisch gegenereerd) al reden genoeg om een artikel dan offline te halen. Die juridische stappen maken dat media huiveriger zijn om te vertrouwen op collega-media. Dan wordt sneller toegegeven aan deze dreiging, terwijl het een gedegen publicatie was.

Meer samenwerking en solidariteit binnen de journalistiek is daarvoor essentieel. Deel bewijs, steun elkaar, en bied gezamenlijk weerstand tegen juridische intimidatie én tegen publieke verdachtmaking. Bijvoorbeeld door mensen die geen wederhoor geven in de krant, maar wél ’s avonds in een talkshow het medium in diskrediet willen brengen, geen podium te geven.

6. In gesprek met het publiek: hoort dat bij de journalistieke taak?
Hoe is het om als hoofdredacteur met drie ordners vol bedreigingen van één enkele lezer op het politiebureau te belanden? Interactie met het publiek fungeert als voelspriet voor redacties, maar brengt ook risico’s met zich mee: angst, intimidatie, soms zelfs trauma.

Wat betekent dit voor de journalistieke rol? Is dejournalist ook een gespreksleider in het publieke debat? Bij sommige media is interactie inmiddels een vast onderdeel van het werk, mede dankzij technologische ontwikkelingen. Maar journalisten zijn daar vaak niet voor opgeleid. Waar een docent-in-opleiding leert over de-escalatie en interactie met studenten, doen veel journalisten dat er ‘een beetje bij’. Wat dat betreft kunnen journalisten leren van andere gidsende beroepen. En op sociale media, gebouwd op zenden en polarisatie in plaats van dialoog, is dat gesprek extra moeilijk te voeren. Het lijkt soms een onmogelijke opgave.

Journalistiek lijkt door technologie ook anoniemer geworden: ‘vroeger waren journalisten in de stad, nu huizen ze aan de randen.’

7. Journalistiek zoals we die nu kennen, zal uitsterven.
Misschien moet ons journalistieke landschap eerst een beetje kapotgaan, voordat het beter wordt, werd voorspeld in de laatste sessie. Journalistiek zoals we het nu kennen, zal over dertig jaar niet meer bestaan. Dat is geen oproep tot apathie of cynisme. Het is juist verontrustend dat maar weinig journalisten zich hier echt druk om lijken te maken. De noodzaak voor journalistieke media om zichzelf opnieuw uit te vinden, is enorm. Met maar door blijven zenden, gaan we het niet redden. Laten we wel wezen, merkt een deelnemer op, hoeveel van het eerstelijns nieuws is in onze flooded zone écht waardevol?

Mensen zullen altijd op zoek zijn naar kwalitatieve, betrouwbare informatie, is de aanname. Het is aan ons om te doen wat in ons vermogen ligt om een jonge generatie te helpen de initiatieven van de toekomst te starten, die hierin zullen voorzien. En we moeten blijven proberen om een rijk, pluriform medialandschap te beschermen: lead by example. Als we niets doen, zullen chatbots in ieder geval de belangrijkste nieuwsbron worden.

8. Is journalistiek nog wel nodig?
Vroeger stond er op onze redactie één computer, vertelt een deelnemer. Over dat apparaat dacht men destijds “die hebben we niet nodig, want de journalistiek is zo sterk”. Inmiddels zijn de rollen bijna omgedraaid: grote techbedrijven zijn de curator van onze media en steeds meer jongeren lijken juist journalistiek niet meer nodig te hebben. Met name onder 18- tot 35-jarigen neemt de interesse in en het gebruik van nieuws af, volgens het Digital News Report 2025.

De vraag is: hoe erg is die desinteresse? Moet in een gezonde, goedwerkende democratie iedereen het nieuws kijken? Zijn mensen onder de 35 daadwerkelijk minder geïnformeerd? Begrijpen ze de wereld minder goed? Moeten we ze bij de hand nemen, of loopt het wel los? Wat zou er eigenlijk gebeuren als journalisten vier dagen gaan staken?

Zorgwekkender dan die veranderende nieuwsconsumptie en -behoefte is misschien wel dat voor een groeiende groep mensen het onderscheid tussen feit en fictie lijkt te vervagen. Hoe weten we nog wat waar is en wat niet?


Foto’s: Anne van Zantwijk

Dit najaar organiseert Stichting Democratie en Media reflectiesessies over de democratische rechtsstaat. Daarnaast vindt begin 2026 de tweede editie van de Journalistieke Driedaagse plaats, waar deelnemers zich drie dagen vastbijten in een vraagstuk over de toekomst van journalistieke media.

delen: