sluiten

Marian Donner: ‘We leven in een schijnwereld’

Op de derde editie van Media voor Democratie sprak schrijver Marian Donner een column uit onder toeziend oog van 130 vertegenwoordigers uit de mediasector. Haar volledige bijdrage is hieronder terug te lezen.

Tekst: Marian Donner

Dit komt misschien als een verrassing, maar ik zeg het maar gewoon zoals het is: niets van dit alles is echt. Dit samenzijn niet, hoe wij hier aan de lunch zitten, de workshops die u vanochtend gevolgd heeft… allemaal nep. Wij leven in een schijnwereld. Of, zoals de Franse filosoof Baudrillard het noemde: in een hyperrealiteit. Denk bijvoorbeeld aan de filmreeks The Matrix, dan krijgt u een beeld. Niet voor niets was voor de gezusters Wachowski, de bedenkers en makers van the Matrix, Baudrillard hun grootste inspiratiebron.

En zijn idee was dit. De beelden die wij dagelijks over ons heen uitgestort krijgen via televisie, reclame, kranten, internet en sociale media zijn geen afspiegeling meer van de realiteit, maar simulacra: kopieën zonder origine of origineel die eindeloos worden gereproduceerd. De beelden verwijzen enkel nog naar zichzelf, genereren hun eigen context en betekenis, en wekken zo ook gesimuleerde ervaringen en gevoelens op. Gesimuleerde ervaringen en gevoelens die bovendien door veel mensen als echter worden beschouwd dan de direct geleefde ervaring.

Ik geef u een voorbeeld. Jonge vrouwen die in het dagelijks leven proberen te lijken op de gephotoshopte beelden van gebotoxte filmsterren die 31 lijken maar 53 zijn. Jonge mannen die zich spiegelen aan de gespeelde luxe-levens van opscheppers in de manosphere. Zelf gaf Baudrillard het voorbeeld van rampenfilms uit Hollywood die eindeloos digitaal bewerkt worden om het beeld ‘zo echt mogelijk’ te laten zijn. Wie daadwerkelijk in een orkaan of aardbeving belandt, zou zomaar teleurgesteld kunnen zijn over het gebrek aan spektakel. Het is technologie die ons, zoals Baudrillard zegt, ‘meer realiteit kan geven dan de natuur zelf’. 

Of laat ik een voorbeeld nemen dat vandaag dichter bij huis ligt. Een politicus doet een ferme uitspraak op sociale media, er ontstaat ophef, hordes journalisten verdringen zich om uitleg te krijgen, in de Tweede Kamer wordt een debat aangevraagd, collega-politici spreken in dat debat hun afschuw uit, om de beelden van die afschuw vervolgens weer te kunnen delen op sociale media, en ’s avonds zit iedereen aan de talkshowtafels. De ophefmachine raast almaar door, en de kopie van de kopie van de kopie wordt eindeloos gereproduceerd: dat is de hyperrealiteit.

Maar het beste voorbeeld is natuurlijk voormalig premier Dick Schoof die ‘het strengste asielbeleid ooit’ verdedigde door te verwijzen naar ‘een ervaren asielcrisis’ van ‘de gewone man’.

Baudrillard beschreef het bestaan van deze hyperrealiteit al in 1981, in zijn boek Simulacra en Simulatie. Ver voor de opkomst van internet en sociale media dus, om maar niet te spreken van AI waarmee ook echt nieuwe, neppe realiteiten kunnen worden gecreëerd. En toch voorzag Baurdillard wat zou komen. Niet omdat hij een toekomstvoorspeller was, neem ik aan, of een glazen bol had, maar omdat hij de al bestaande tendenzen in zijn eigen tijd doortrok naar de toekomst.

Om maar te zeggen: nieuwe technologieën komen nooit uit het niets, noch zijn ze neutraal. Alles is altijd een creatie, een voortzetting, van een wereld die al bestaat.

En wat in die wereld overheerst, ook toen al, maar sindsdien is het alleen maar erger geworden, is volgens mij een gevoel van vervreemding, van gespletenheid. Er heerst een discrepantie tussen de tastbare werkelijkheid en de weergave daarvan op onze schermen. In Baudrillard’s hyperrealiteit ligt voortdurend het unheimische gevoel op de loer dat er iets niet klopt. Op onze schermen heeft het leven tegenwoordig kleur, is altijd reuring, afleiding, ophef, maar ondertussen vervalt de wereld om ons heen steeds meer tot een vervuild en braakliggend terrein dat volgebouwd staat met opslagloodsen, datacentra en energiecentrales. Denk nogmaals aan The Matrix, en Neo, naakt liggend in zijn pod. Online, ingeplugd, eet hij daarentegen biefstuk.

En dit is heel even even een zijweggetje, maar het grappige is dus dat je die vervreemding, of gespletenheid ook terugziet in de wetenschap. Want of het nu in de natuurkunde, de astronomie of filosofie is, er verschijnen voortdurend hele serieuze theorieën in hele serieuze vakbladen over hoe deze wereld waarin wij leven niet de enige wereld is, en al helemaal niet het origineel. Omdat we in een hologram leven bijvoorbeeld. Of in een parallel universum. Of omdat bij de Big Bang een heel spiegeluniversum is ontstaan, exact tegengesteld aan het onze, want tijd kent geen richting. Tot aan de kwantummechanica aan toe, die meest vooraanstaande wetenschap van allemaal, die letterlijk stelt dat onze werkelijkheid niet uit materie bestaat, niet uit tafels en stoelen en lichamen, maar uit relaties. 

Om maar te zeggen: niet alleen nieuwe technologieën zijn een voortvloeisel van een wereld die al bestaat, hetzelfde geldt voor de richting van wetenschappelijk denken. 

Maar terug naar de vervreemding, dat unheimische gevoel dat er iets niet klopt, het idee dat de werkelijkheid die we zien en horen niet de echte werkelijkheid is, maar een simulacrum, een kopie van een kopie van een kopie. Wie oplet ziet de effecten daarvan overal. Mensen geloven politici niet meer, journalisten niet meer, ze geloven soms zelfs hun eigen oren en ogen niet meer: in de enorme hoeveelheid filmpjes van dode Palestijnse kinderen zien ze enkel acteurs. 

Er zijn mensen die beweren dat ze net als Neo de rode pil hebben geslikt en de werkelijkheid nu zien voor wat hij echt is, zoals al die losers als Andrew Tate op de manosphere. Er zijn mensen die zich terugtrekken: ze volgen het nieuws niet meer, de actualiteiten niet meer, ze gaan offline, zoeken contact met de natuur, met dieren en elkaar. Beginnen een commune in Portugal of Paraguay. Of zetten zich in voor voedselbossen, de duisternis van de nacht, proberen te communiceren met de zee.

Wat ze allemaal met elkaar gemeen hebben is dat deze mensen, steeds meer mensen, op zoek zijn naar iets echts, iets tastbaars. Iets dat deze hyperrealiteit, die continue beeldenstorm, doorbreekt.

En soms, heel soms lukt dat ook. Wordt er inderdaad een scheur aangebracht. Twee weken geleden ongeveer zag ik het zelf gebeuren, in Nieuwsuur. Het item ging over een vrouw die een stuk bos had gekocht, enkel en alleen om dat bos vervolgens af te sluiten, ook voor zichzelf, zodat geen mens er ooit nog kon komen. 

De cameraman die haar interviewde leek het nauwelijks te kunnen geloven. ‘En van wie is het bos dan?’ vroeg hij voor de zoveelste keer. ‘Van zichzelf’ bleef de vrouw herhalen. Terug naar de studio waar Jeroen Wollaarts zijn lachen niet meer kon bedwingen, zo belachelijk vond hij dit idee schijnbaar.

Maar dit is dus precies de essentie. Want natuurlijk bestaat er nog een werkelijkheid buiten de hyperrealiteit en al die beelden en AI-kopieën op onze schermen. En oké, natuurlijk is dit samenzijn ook echt, is deze dag echt, maar de vraag is: wie of wat stuurt onze gedachten vandaag, onze gesprekken, vanuit welk perspectief kijken, luisteren en denken we? Houden we ons bezig met een kopie van een kopie van een kopie, de zoveelste ophef, of lukt het om daardoorheen te breken?

Dit zijn de vragen waar het om gaat. 

  • Van wie is het bos, van wie onze tastbare omgeving, van wie is het land, het water, de aarde?
  • Van wie zijn onze verlangens, onze angsten, onze woorden, van wie de schermen waarnaar we staren, van wie is onze aandacht? 
  • En vooral: hoe krijgen we het allemaal terug?

Dank u.